Sigrid Coenradie/ mei 20, 2020/ Verhalen delen

Een Chinees verhaal bewerkt door Dick van der Pijl

Een Chinese boer Li woont in een klein huisje met zijn zoon Zhong. Iedere dag leert de boer zijn zoon iets nieuws. Op een dag verstopt hij zich in een houten kist . Zijn zoon zoekt drie dagen lang op de rand van wanhoop naar zijn vader. Tenslotte hoort hij Gah gah gah . Hij hoort het geluid in de buurt van de houten kist, loopt er naartoe, opent deze en ziet zijn vader. Het enige wat hij kan doen is wat onsamenhangende klanken maken. Als hij daarmee klaar is stelt zijn vader hem de volgende vraag : “Wat is de zin van het leven?” Ik weet het niet papa. Weet u het? “De zin van het leven is het geluid van 1 hand die klapt.” Nu weet zijn zoon het helemaal niet meer. Morgen geef ik je een nieuw raadsel. De volgende dag gaat zijn vader wandelen en komt terug met een schoen op zijn hoofd . ”Waarom draagt u een schoen op uw hoofd?” Waarom niet / Waarom wel? De schoen heeft mij zo lang gedragen, nu is het mijn beurt. Nu is het de beurt Zhongi om een keer een vraag te stellen aan zijn vader: “Papa kan ik u een vraag stellen ? Papa kunt u mij een antwoord geven dat ik direct begrijp? Papa, hoe komt dat u iedere dag zo gelukkig bent? “Iedere morgen doe ik het raam open van mijn slaapkamer en dan kijk ik naar het prachtige groene gras, naar de planten, de bomen en naar ons paard. Iedere dag als ik dat zie ben ik zo dankbaar dat ik die dankbaarheid de hele dag bij mij draag en ‘s avonds valt die dankbaarheid met mij in slaap en maakt mij de volgende morgen wakker om nog dankbaarder te zijn als ik uit het raam kijk.” Mooi papa, dat antwoord begrijp ik. Dank je wel papa. Dat boer Li een mooi paard heeft weet het hele dorp .Sommigen beweren dat ze nooit eerder zo’n mooi paard zagen. Niet lang daarna gaat het verhaal door het hele land en bereikt het de oren van de keizer. De volgende dag staat de keizer met zijn gevolg naar het paard te kijken. Zij zijn het over eens: nog nooit hebben zij zo’n mooi paard gezien. De keizer is vast besloten. Hij moet en zal het paard kopen hoeveel de eigenaar ook zal vragen. Als Li eraan komt lopen loopt de keizer direct op hem af. Wat een prachtig paard heeft u. Ik wil het kopen; vraagt u maar wat u wilt. “Keizer, ik ben vereerd dat u mijn paard mooi vindt, maar de vreugde die ik aan mijn paard beleef is niet in geld uit te drukken.

Ondertussen zijn er honderden mensen bij elkaar gekomen om de keizer te zien. Zij zien hoe de keizer zijn uiterste best doet om kalm te blijven (want de keizer krijgt altijd wat hij wil, behalve nu dus). “ik bied je een grote ruimte in mijn paleis aan, 1000 goudstukken en de kans om je paard iedere dag te zien.” Iedereen is benieuwd naar het antwoord van boer Li. “Ik ben tevreden met wat ik heb.” Daarna is het muisstil. De keizer draaide zich om en loopt met zijn hele gevolg weg en laat nooit meer iets van zich horen.

Ondertussen verklaren de mensen de boer voor gek. “Ik weet niet of ik gek of normaal ben. Het enige dat ik weet is dat ik mijn paard niet verkocht heb.” De enige die de boer begrijpt is zijn zoon. De volgende morgen doet de boer opnieuw zijn raam open en ziet dat zijn paard er niet meer is. Hij zoekt het overal, maar waar hij ook kijkt, geen paard.

Vele mensen kijken hem medelijdend aan: Had toch je paard verkocht dan zou nu niet zo’n pech hebben gehad. Ik weet niet of ik geluk of pech heb Het enige wat ik weet is dat mijn paard weg is. “Wat een vreemde man is dit toch.” De mensen lopen weg. De enige die de boer begrijpt is zijn zoon. De volgende dag doet de boer het raam open en ziet een stofwolk en achter die stofwolk een kudde paarden en… zijn eigen paard. Hij omhelst het. “Wat een geluk heb jij, dat je je je paard weer terug hebt.” “Ik weet niet of geluk of pech heb. Het enige dat ik weet is dat ik mijn paard terug heb.” Dit vinden de mensen zo’n vreemd antwoord dat ze de boer voorlopig met rust laten. De dag erna gaat de boer met zijn zoon uit rijden, maar zijn zoon valt van het paard. Hij breekt zijn been. Wat een pech heeft je zoon toch; wat vreselijk. Of mijn zoon pech heeft of geluk weet ik niet. Het enige dat ik weet dat hij zijn been heeft gebroken. Nu besluiten de mensen toch echt niet meer met de boer te spreken. Die vreemde antwoorden beginnen op hun zenuwen te werken.

Tijd gaat voorbij. Het land is oorlog. Alle gezonde jonge jongens worden opgeroepen om het land te verdedigen. Iedereen, behalve Zhong, de zoon van de boer. Vader en zoon hebben de tijd van hun leven, tijd voor elkaar. Na een jaar komen er een paar soldaten terug. Het grootste deel van de jonge soldaten is omgekomen. Sommige vrouwen zien Zhong, de zoon van boer Li. “Wat een geluk heb jij gehad, dat jij je been gebroken hebt en nu nog leeft.” De zoon kijkt zijn vader aan en samen zeggen ze: Of ik geluk of pech weet ik niet. Het enige dat ik weet is dat ik nu nog leef, dat het gras groen is, de bomen bloeien en de vacht van ons paard prachtig glanst.

Share this Post