Dromen met Frederick de muis

Sigrid Coenradie/ april 21, 2020/ Verhalen delen

‘Nu ik dood ga, hoop ik dat je iets moois vertelt bij mijn afscheid’, zei ze.

‘Wat wil je dat ik vertel?’

‘Niet een soort c.v., maar een verhaal dat iets zegt over mijn leven, een verhaal waarin ik kan wonen’.

Haar opmerking raakte me. Als vernieuwingspredikant probeer ik een verhalenmaker te zijn. De mens is een verhalendier. Het belang van verhalen is moeilijk te overschatten. Jezus vertelde verhalen; het is met het Koninkrijk als met…  een vader die zijn verloren zoon zonder verwijten welkom heet. Of als met een vijandige vreemde die een slachtoffer van een gewelddadige overval helpt, waar de priester en zijn helper hem voor dood aan de kant van de weg laten liggen. Het gaat de mevrouw niet alleen om haar persoonlijke verhaal. Ze wil dat haar verhaal ingeweven wordt in een groter verhaal. Ze heeft er behoefte aan om haar achterblijvers te troosten met een verhaal dat haar eigen verhaal overstijgt, waar haar persoonlijke geschiedenis onderdeel wordt van een oerverhaal.

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Zoals een foto is opgebouwd uit meerdere pixels, zo is een oerverhaal opgebouwd uit de miniverhalen die samen een verhalenmozaïek vormen. Het oerverhaal is meer dan de som van de kleine, persoonlijke, verhalen. Een goed verhaal leeft van de verbeelding, de metaforen en de hoop. Het biedt een doorkijkje naar een betere toekomst, ja, naar het Koninkrijk. Met het inweven van een persoonlijk verhaal in een oerverhaal ontstaat er iets nieuws, iets dat er eerder niet was. Zoals een foto meer is dan een verzameling pixels. Dat is een wonder. Het oerverhaal zegt iets dat door het afzonderlijke verhaal niet gezegd kan worden. En door ieder  bijdrage wordt het tegelijk ook steeds een ander verhaal. Het krijgt vaak een niet in woorden uit te drukken meerwaarde.

De vrouw en ik kwamen uit op het verhaal van Frederick de muis, een prentenboek van Leo Leonni. Terwijl de andere muizen zich de blubber werken om in de zomer hun voorraden voor de winter te verzamelen, ligt Frederick op zijn luie gat naar de wolken te staren. Als de andere muizen daar iets van zeggen, zegt Frederick ‘ik verzamel dromen’. De winter is zo bar, dat de voorraden snel opraken. De muizen zijn koud en hongerig. Dan vertelt Frederick hen van zijn verzamelde voorraad dromen. ‘Doe je ogen maar dicht’, zei Frederick, ‘nu stuur ik jullie mijn zonnestralen. Voel je hun warmte, hun gouden gloed…’ En terwijl Frederick sprak van de kleuren, de blauwe korenbloem, de rode klaprozen in het gele graan werden de muizen warmer en vrolijker. De zin die de vrouw het meeste aansprak: ‘Toen zagen de muizen al die kleuren weer voor zich, zo duidelijk alsof hun eigen gedachten ermee opgeschilderd waren’. ‘Ik hoop maar dat ik zo voortleef, dat mijn familie en vrienden ieder hun eigen herinnering aan mij hebben en dan denken aan mooie zomers en prachtige kleuren’, zei ze lachend.

Ook juist in tijden van corona lijkt me dit een hoopvol verhaal, en niet alleen voor de achterblijvers.

Share this Post